“Okay, rollin’,” zegt Pablo. Luka telt af: “One, two, three, four.” Drums vullen de ruimte met geluid, weerkaatsend op de ronde muren van de 13e–eeuwse werfkelder. Vanuit de andere kant van de ruimte klinkt een gitaar, een akoestische gitaar, gespeeld door Bernard. Pablo ijsbeert met een koptelefoon op zijn hoofd door de studio. De concentratie is van zijn gezicht af te lezen. Take 4 van het nummer The Harbor is in volle gang. Het is half vijf in de middag en de opnamedag met singer-songwriter Bernard Hering is net over de helft. De locatie is Electrosaurus Southern Sound Studio, een volledig analoge opnamestudio gelegen aan de Utrechtse Oudegracht. Hier ben ik vandaag uitgenodigd voor een kijkje achter de schermen.

Coverfoto-1024x512

De datum is 12 mei, het jaar is 2015. Een doodnormale doordeweekse dag, dinsdag om precies te zijn. Gisteren liep ik nog in t-shirt buiten om tien uur ’s avonds, vandaag is de zon iets minder enthousiast en voelt de ochtendkou frisjes aan. Even voor de klok van tien vertelt mijn telefoon mij dat ik mijn bestemming bereikt heb.

Voordat ik de trap af ga naar de werven van de Oudegracht, word ik door een klein maar duidelijk bordje erop gewezen “VOORZICHTIG!” te zijn. Ik neem het in acht. Nog geen minuut later sta ik voor de juiste deur, denk ik. Een vriendelijke man zit op een bankje aan zijn biertje. “Weet u toevallig achter welke deur de studio van Pablo zit?” vraag ik. “Die jongen met die puntlaarzen?” Ik knik bevestigend. De man wijst me op de juiste deur. Ik klop, geen gehoor. Daar het nog voor de afgesproken tijd is besluit ik te wachten.

Even na tienen komt Pablo (23) aangelopen, op zijn puntlaarzen. Pablo, achternaam van de Poel, is naast eigenaar van Electrosaurus Southern Sound Studio vooral bekend als zanger en gitarist van de psychedelische rockband DeWolff. Hij laat me binnen.

Alvorens we de studio bereiken lopen we door een woonruimte, om precies te zijn de woonruimte van DeWolff-toetsenist Robin Piso. Het eerste dat opvalt als ik de studio binnenloop is de enorme hoeveelheid aan spullen. Op de grond, tegen de muur, opgestapeld en rondslingerend.

Aan de muren hangen opgezette vogels en een hertenkop. Het hert is post mortem geluidskabeldrager geworden. Door de ruimte loopt de poes (levend) van Robin, een kleine, schattige cyperse poes, die luistert (of niet) naar de naam Poes.

De keuze voor Muscle Shoals is niet zomaar. De broers zijn gek van de sounds die het kleine plaatsje in Alabama voortbracht in de jaren 60 en 70. Pablo vertelt dat hij met de opnames die hij maakt in de buurt probeert te komen van de platen die hij vet vindt. “Die [platen] zijn bijna allemaal opgenomen in eind jaren 60, begin jaren 70. Die sounds die ze toen maakten, die vind ik super inspirerend.”

Hij vervolgt: “Die oude soul sound, die soort van onbedoeld overstuurde drums. Een beetje overstuurde alles eigenlijk. En later toen dingen stereo werden, dat de drums links staan en de gitaar rechts. Dat soort dingen houd ik heel erg van. Gewoon de natuurlijkheid van die sound.”

Voor mijn neus ligt ondertussen zijn nieuwste aanwinst, een Peluso 2247 buizenmicrofoon. “Het is een remake van een microfoon die ze in Muscle Shoals gebruikten. Hij is heel helder en gedetailleerd.”

Hij vertelt over die keer dat hij de ‘originele’, een Neumann U47, mocht lenen van iemand. Super mooi, maar €10.000 ging hem echt te ver. “Als je een moderne, goede replica koopt, dan kost dat je maximaal €1.000, en dan heb je een sound die daar echt niet per se voor onderdoet.”

Achterin de ruimte bevindt zich een keuken, een wc en een douche. Een ruimte met karakter. “We hebben er een paar keer over nagedacht om hem akoestisch te behandelen,” vertelt Pablo, “maar als ik daar dan langer over nadenk, dan denk ik: nee toch niet. Het heeft wel een coole eigen sound.”

Pablo spreekt niet voor niks in de wij-vorm. Een klein kwartiertje later staat Luka (20) voor de deur. Beter bekend als de drummer van DeWolff, maar in het dagelijks leven Pablo’s ‘kleine, lieve, schattige broertje.’ Pablo mag dan wel aan het hoofd staan van de studio, Luka is zijn rechterhand. Samen vormen zij deElectrosaurus Rhythm Section. “Dat is een knipoog naar de Muscle Shoals ritmesectie,” zegt Pablo. “Ik speel bas, Luka drums.”

Foto-3-1024x683

In het eerste uur zijn de twee vooral bezig met het opbouwen en afstellen van de apparatuur. Daarbij hoort onder andere schoonmaken van de MCI JH-24 tape recorder. “Dit was gewoon de standaard tot zelfs eind jaren 80 in Amerika. Het enige dat me enigszins tegenstaat aan deze recorder is dat hij 24 sporen heeft, dat vind ik eigenlijk te veel.” De reden: zowel 16 als 24 sporen recorders werken met 2 inch tape. Echter, hoe meer spoorbreedte per track, hoe beter de kwaliteit. Hij zou hem er weliswaar niet voor wegdoen. “Het is meer zo’n ding van: 16 sporen is ook wel leuk. Maar 24 is ook prima.”

Dat alles hier analoog gebeurt is overigens niet uit principe. Waarom dan wel? “Ik doe het analoog omdat ik het, in de eerste plaats heel vet vind klinken, gewoon echt beter dan digitaal. De tape recorder is voor mij echt een magic box. Ik stop er iets in en het komt terug en ik denk: wow, vet! Zo klonk het helemaal niet in de ruimte, het klinkt veel vetter nu.” In de tweede plaats: “Omdat ik het heel makkelijk werken vind. Je gaat gewoon van A, naar B, naar C en als iets het niet doet, dan is het dus iets daartussen dat het niet doet.”

Laatst wilde Pablo de digitaal opgenomen liveplaat van DeWolff (Live & Outta Sight) op tape gaan mixen. “En hij doet het gewoon niet. Acht [van de zestien] sporen doen het gewoon niet. Ik heb echt gewoon drie uur gezocht naar wat het was. Uiteindelijk zet ik die interface uit en weer aan, en doet hij het wel,” vertelt hij, nog steeds merkbaar geïrriteerd. “Je kunt er gewoon geen vinger op leggen.”

Ondertussen focust Luka zich op zijn drumkit. Op één van de bekkens prijkt de Amerikaanse vlag. Hij verwisselt de toms en de snare. “Het geeft het een wat donkerdere sound, ik denk dat dat beter bij de muziek past.”

De muziek waar het vandaag bij moet passen is die van singer-songwriter Bernard Hering. De in Zeeland geboren Amsterdammer komt vandaag en morgen opnemen. Het doel is minimaal twee nummers, als het even mee zit drie.

Even na de klok van elf komt een bebrilde jongen van begin twintig de studio binnen. Halflang haar, in een knotje. Het is Bernard. “Ik heb een half uur stilgestaan op het spoor,” vertelt hij over zo’n enigszins vertraagde treinreis van Amsterdam naar Utrecht. Het maakt niet meer uit, hij is er.

Uit de koffer komt een akoestische sunburst gitaar van Eastman, gisteren voorzien van een gloednieuw setje snaren. “Toen ik ze er opdeed knapte de hoge E snaar,” vertelt Bernard, “maar gelukkig had ik er nog één liggen.” Alsof de duivel er mee speelde knapte ook die. Gelukkig had hij er nog één liggen, deze keer wel echt de laatste. Die zit er nu op. “Slechte karma,” zegt Bernard.

Posities worden ingenomen en microfoons worden geplaatst. De drumkit wordt gevangen door drie microfoons: één voor de kick, één naast de floor tom en de gloednieuwe Peluso 2247 dient als overhead microfoon. Door middel van een geluidskabel wordt provisorisch gemeten of de floor tom en overhead microfoon op dezelfde afstand staan van de snare.

De eerste soundcheck klinkt niet naar wens. De Neumann microfoon op de gitaar klinkt te hifi en mist karakter, en wordt direct terugverwezen naar zijn doosje.

Opnemen en zoeken naar de juiste sound is een kwestie van trial en error, vertelt Pablo. Zijn eerste serieuze opname op tape was van zijn project Catawba River Fox, twee jaar geleden: “Dat leek allemaal gewoon heel goed te gaan. En dan kwam ik bij het mixen, en dan was het zo van: ah shit, er zit echt veel ruis in.

Dan leer je bijvoorbeeld dat je zo hard mogelijk moet insturen in die tape, maar je wilt ook weer niet dat ding gaan oversturen. Dus dat is een soort van balans.”

Foto-2-1024x683

Juist nu geeft de koptelefoonversterker de geest. Pablo heeft een eureka-momentje. Hij klimt over een stapel spullen heen, en komt terug met een kleine gitaarversterker, een Squier SP-10 om precies te zijn. “Mijn allereerste gitaarversterker ooit!”

Vandaag is Pablo vooral producer en engineer, terwijl Luka zich samen met Bernard op het arrangement focust. Deze invulling hangt heel erg af van het project. “Soms zijn er ook bands waarbij ik dat [produceren en arrangeren] allebei heel erg moet doen. Dat is een stuk moeilijker, maar ook heel leuk.

Ik heb ook wel eens een band gehad, Faut Haut van Joep Bollinger, die nam eigenlijk gewoon echt die producer rol in handen. Ik was alleen maar bezig met mics plaatsen en mijn sound maken. En dat is ook heel chill.” Er is maar één voorwaarde voor Pablo: “Ik vind het in ieder geval belangrijk dat alles dat uit de studio komt, dat ik daar een goed gevoel bij heb.”

“Let’s give it a shot,” zegt Bernard, die inmiddels achter een isolatieschot aan de andere kant van de ruimte plaats heeft genomen. Take 4 van I Wanna Live, de tape rolt. Ongeveer drie minuten later kloppen de harten sneller bij het terugluisteren. Dubbele high fives worden uitgedeeld. Het is een keeper.

Het is inmiddels half vijf en er kan begonnen worden met het tweede nummer, The Harbor. Bernard neemt plaats midden in de studio op een op zijn kant staande monitor en speelt het nummer solo. Even later haken Luka en Pablo, nu op bas, in. Als er een overeenstemming is bereikt over het uiteindelijke arrangement worden de drums eerst opgenomen. Bij het terugluisteren is de tevredenheid van de gezichten af te lezen.

De tijd vliegt en het is alweer zeven uur. Luka eet thuis (“mijn vriendin heeft gekookt”), op steenworpafstand, eveneens aan de Oudegracht. Pablo, Bernard en ik zijn aangewezen op drie Dr. Oetker pizza’s.

Kip, salami en respectievelijk salami, mozzarella en pesto. Daar zitten we dan, aan de Oudegracht, voor de deur van de studio.

Nog even over de eigen sound: “Het is ergens natuurlijk ook wel de plaats waar de studio ligt, en de manier waarop die studio in elkaar zit, Robin woont er. Dat zorgt wel voor een heel relaxte, niet typische studiosfeer,” denkt Pablo.

Er is nog iets waarin Electrosaurus zich onderscheidt van andere (analoge) opnamestudio’s, denkt Pablo. Over zijn denk- en werkwijze vertelt hij: “Ik ben wat dat betreft misschien best wel puristisch. Als ik iets gewoon vet vind klinken, dan kan iemand anders mij wel uitleggen hoe dat nog cleaner kan, maar uiteindelijk is het ook gewoon zo: als het vet klinkt en het geeft je een kick, dan is het goed.” Hij voegt daar nog aan toe: “Als je super klinische opnames wilt hebben, dan kun je beter bij iemand anders gaan opnemen. Dat kan ik ook niet. Denk ik. Ik vind het in ieder geval niet interessant, dus ik zou me er nooit zo in kunnen verdiepen.”

Met gevulde magen wordt de draad weer opgepakt. De gitaar- en zangpartijen zijn aan de beurt. Bernard heeft moeite zichzelf te horen door zijn volledig gesloten koptelefoon. “Ik kan je wel een half open koptelefoon geven,” stelt Pablo voor. Luka: “Of een half dichte.” Waarna Pablo de wijze woorden spreekt: “De koptelefoon is half open of half dicht, dat ligt er maar net aan hoe je in het leven staat.” Hoe staat Bernard in het leven? Het antwoord is praktisch. Hij zet de volledig afgesloten koptelefoon van zijn rechteroor. “Zo is hij ook half open.”

Bij het terugluisteren van de opname valt Pablo iets op. Het accent van Bernard verandert in het tweede couplet opeens van een Amerikaans in een Engels accent. “O, dat is niet oké,” zegt Bernard enigszins verrast. “Als jij denkt dat het beter kan doen we het beter,” zegt hij vastberaden. Pablo stemt daar mee in: “Beter is beter”. En beter wordt het. Van Engeland naar de Deep South, waar smiled niet gewoon smiled is, maar smaaajld.

Als de twee basistracks er om tien uur ’s avonds opstaan en teruggeluisterd worden, laat Bernard zich afleiden. “Godverdomme, ik kijk constant naar die tieten.” Op de mengtafel staan twee ansichtkaarten van één en dezelfde blote vrouw. “Goeie tieten hoor.” Pablo kan dat alleen maar beamen: “Ja, daar is niks mis mee.”

Met de basistracks die vandaag zijn opgenomen ook niet. De heren zijn zichtbaar voldaan. Morgen weer een lange dag, voor hen tenminste.

Foto-1-1024x683

 

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit ZINESTERS

Tekst en foto’s:  Josh de Jager