Nog niet zo lang geleden treinde ik met mijn vaste vriendengroepje naar Maastricht. Omdat dat leuk is, omdat dat gezellig is, omdat dat kan. Nu heeft Maastricht één van de fijnste boekenwinkels van het land: de Slegte. Toen we langs de winkel liepen keek ik mijn jongens- en meidengroepje smekend aan en vroeg ik of ik alsje, alsje, alsjeblieft eventjes naar binnen mocht. Gewoon eventjes. Vijf minuutjes, dan zou ik weer buiten staan. Ze vonden het goed en besloten zelf ook maar eens een kijkje te nemen in de voor hun volledig onbekende wereld van de boekwinkels.

Als een dolle rende ik de trap op naar de eerste etage, waar de Nederlandse literatuur staat. Ik wist dat op de derde en vierde plank van onder van de eerste boekenkast links de boeken van Ronald Giphart (die, ik blijf het zeggen, de leukste, beste en meest fantastische schrijver van Nederland en omstreken is) stonden, dus daar sjeesde ik op af. Tot mijn grote verbazing viel mijn blik daar op een van zijn boeken die ik nog niet in mijn collectie had, Heldinnen. Ik nam het boek in mijn armen, liep nog een minuut of drie huilend van geluk door de winkel en zonder naar de prijs te kijken rekende ik af.

Toen we een half uurtje later op een terrasje plaats hadden genomen besloot ik eens te gaan kijken wat voor boek ik eigenlijk aangeschaft had. Het bleek een fotoboek met bijbehorende geschreven portretten van twaalf (erg mooie) Bekende Nederlanders, allen vrouwen. Leuk, dacht ik toen ik de achterkant las en ik gooide mijn net opgedane kennis in de groep.

‘Laat me eens kijken,’ zei een van mijn beste vrienden. Trots overhandigde ik het boek.
Daarna ging het allemaal heel snel. De ogen van de jongen werden groter en groter (en de tafel ging ietsje omhoog, maar dat terzijde).

‘Toon,’ zei hij. ‘Weet je wat je echt gekocht hebt?’

‘Ja,’ antwoordde ik. ‘Dat zei ik net ook al. Een fotoboek met portretten geschreven door Ronald Giphart himself.’

‘Mijn vriend draaide het boek om en ik zag een naakte Hadewych Minis en Halina Reijn op een parkbankje zitten. Halina hield haar handen tussen de benen van Hadewych.

‘O. Okee. Dat is kunst, denk ik,’ probeerde ik.

‘Misschien,’ zei mijn vriend terwijl hij gretig doorbladerde. Hij liet me foto’s van Carice van Houten (naakt op haar knieën, naakt met een lampenkap op haar hoofd, naakt in een modderpoel), Sophie Hilbrandt (naakt met twee tongen in haar mond, naakt met haar vingers in haar mond) en vele anderen zien.

Nadat uiteindelijk de hele groep kennis had genomen van mijn aanwinst, besloten we er iets op te drinken.

‘Ik trakteer!’ riep ik. We dronken allemaal iets warms (of iets waar je het enorm warm van krijgt (= alcohol)) want we hadden nog een lange, spannende nacht voor de boeg.

Waar Heldinnen al niet goed voor is geweest.

 

Meer van Toon Roumen