Hét evenement van het jaar zit er weer op: de Oktoberfeesten van 2013 behoren officieel tot de verleden tijd. De komende twaalf maanden zien we geen jongeren (en een enkele verdwaalde dertiger of veertiger) in lederhosen in het straatbeeld.
Van mezelf zou ik verwachten dat ik een bloedhekel zou hebben aan het jaarlijks terugkerende verkleed-  en zuipfeest (want carnaval vind ik ‘in principe ook niet zo heel erg leuk’), maar het tegendeel is waar.

Ik durf namelijk zelfs te beweren dat ik het Oktoberfeest leuk vind. Okee, je vindt me niet in zo’n veel te kleine tent waar je met veel te veel man in moet (waarin je door het stinkzweet van anderen bijeen gehouden wordt, waarin er zo weinig zuurstof is dat een bejaarde met zo’n slang door z’n neus in de buitenlucht nog vrijer kan ademen, waarin je letterlijk met drank overgoten wordt, moet ik nog doorgaan?), maar een bezoekje aan de kermis is nooit weg.
Met een (de) groep vrienden maakte ik daarom vorige week een rondje in de Grote Verlichte Speeltuin. Het eerste dat me opviel was dat mijn oude vriend (de Booster, google die attractie maar eens) ook weer van de partij was. Een aantal vriendelijke, verwachtingsvolle gezichten van de leden van mijn vriendengroep keek me aan, maar ik schudde resoluut van nee (dit omdat ik vorig jaar door de Booster geleerd heb wat ‘hard kotsen’ inhoudt, het spóót mijn keelgat uit). De rest liet zich niet weerhouden en nam wel plaats in het ding. Prima, Toon let wel op de tassen. Helemaal niet erg. Nee hoor, echt niet. Geen probleem. Liever alleen met beide benen en tassen op de grond dan met z’n vieren kots- en kotsmisselijk op de kop. Ga nou maar!

Na een tijd wachten kwamen mijn levensgenoten groen en geel en paars uit de attractie. Ik lachte. ‘Zullen we even ergens iets gaan drinken?’ vroeg ik.
Niemand reageerde.
‘Zullen we iets gaan drinken?’ probeerde ik nogmaals. ‘Dan kunnen jullie rustig bijkomen.’ Ik hoorde een diepe zucht. ‘Ik geloof niet dat ik heel erg zin heb om ergens iets te gaan drinken,’ zei de groenste. ‘Eigenlijk heb ik meer zoiets van: ik wil gewoon naar huis. Dus….’

En zo geschiedde. Dankzij de Booster is mijn Oktoberfeest-feest niet zo afgelopen als zou moeten (want uiteraard hadden we onszelf eigenlijk in coma willen zuipen en tot in de vroege uurtjes rondjes blijven draaien in één der attracties) maar ik kan erom lachen. De andere vier niet, die liggen geloof ik nog steeds met een thermometer in hun mond en kruik op hun buik in bed. Ach, over een weekje gaat het vast beter met ze. Tegen die tijd (en niet eerder) zal ik deze column plaatsen, ik gun ze toch ook een beetje tijd om bij te komen.

Ik ben eigenlijk toch ook te goed voor deze wereld.